medicatie

Veel kinderen en volwassenen in Nederland gebruiken methylfenidaat voor ADHD en ASS. Naar mijn indruk worden de diagnoses ASS en ADHD tegenwoordig (2018) veel vaker gesteld dan 15 jaar geleden (toen begon ik te werken als huisarts). Ik zie deze diagnoses namelijk steeds vaker gesteld worden, vaak door psychologen. Psychologen zijn geen arts en vragen -als in hun instelling geen psychiater werkzaam is- de huisarts om de zogenaamde ‘herhaalreceptuur’ voor methylfenidaat te verzorgen.

Het is lastig om duidelijk te krijgen hoe vaak autisme en ADHD vóórkomen, het wordt namelijk nergens goed geregistreerd. In 2014 publiceerde het centraal bureau voor de statistiek (CBS) een onderzoek, waaruit bleek dat ruim 3% van de Nederlandse kinderen autisme, of een aanverwante diagnose zoals ADHD heeft: link . Bij jongens tussen 10 en 12 jaar zou er volgens hetzelfde onderzoek zelfs bij 7% sprake van autisme of ADHD zijn.

De stichting farmaceutische kengetallen, SFK, houdt in Nederland bij welke medicijnen worden voorgeschreven. In 2017 publiceerde deze stichting een bericht waaruit bleek dat bijna 7% (100.000) van de kinderen tussen 6 en 15 jaar methylfenidaat gebruikt (voor de diagnoses ADHD en ASS): link .

Methylfenidaat (merknamen Ritalin, Concerta)  is de stofnaam van een medicijn dat wordt voorgeschreven bij ADHD en narcolepsie (slaapzucht), maar ook bij autisme. Methylfenidaat is een stof die nauw verwant is aan amfetamine, een harddrug. De werking van methylfenidaat is vergelijkbaar met amfetamine, maar is minder sterk. In de hersenen zorgt methylfenidaat voor de afgifte van dopamine en noradrenaline. Ook blokkeert het middel de heropname van deze stoffen.

Methylfenidaat valt onder de Opiumwet en is een harddrug. Het middel wordt ook op steeds grotere schaal als drug of pepmiddel gebruikt. De snelwerkende variant van methylfenidaat, Ritalin, wordt eerst vermalen en vervolgens opgesnoven. Je krijgt dan een ‘trip’ vergelijkbaar met cocaïne. Dit laatste is mij verteld door gedetineerden. In Nederlandse gevangenissen wordt opvallend veel Ritalin voorgeschreven is mijn ervaring. Bijna een kwart van de Nederlandse studenten gebruikt al methylfenidaat, zonder dat zij officiëel de diagnose ADHD hebben: link

Ik ben er  kritisch op dat wij kinderen behandelen met middelen waarvan het effect op het brein op de lange termijn niet goed bekend is. Ondertussen wordt er wel veel onderzoek gedaan om aan te tonen dat ADHD en autisme ‘echte’ hersenaandoeningen zijn die te herleiden zijn naar afwijkingen in het brein. En er worden nieuwe middelen uitgetest op kinderen:

In het Universitair Medisch Centrum Utrecht wordt er onderzoek gedaan naar een nieuw medicijn voor autisme. De kinderpsychiater die het onderzoek in Utrecht leidt zegt (Balans Magazine, februari 2018):

De plaspil bumetanide, waarmee gewoonlijk hartfalen of nierziekten worden behandeld, kan ook de prikkelverwerking in de hersenen verbeteren. En de verwerking van prikkels, daar gaat het nou juist vaak mis bij kinderen met autisme en ADHD. Deze kinderen hebben vaak een verstoorde prikkelverwerking. Ze verwerken prikkels die de hersens binnenkomen anders  dan kinderen zonder autisme of ADHD. Wat er misgaat, is bij elk kind weer anders. Sommige kinderen hebben last van te veel, bij andere komen er juist te weinig prikkels binnen. Als je brein prikkels niet goed filtert, kun je problemen krijgen met functioneren. Je kunt je bijvoorbeeld niet goed concentreren of je gaat bepaalde situaties vermijden omdat ze te druk voor je zijn.’ Een gezonde prikkelverwerking is belangrijk voor een goede ontwikkeling van vaardigheden zoals aandacht, taal en sociaal inzicht. Er is steeds meer onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat problemen met de prikkelverwerking de kern vormen van ontwikkelingsstoornissen zoals autisme en ADHD.’

Bovenvermeld onderzoek illustreert voor mij hoe erg wijd verbreid de opvatting is dat er iets ‘mis’ is in het brein van mensen met ASS en ADHD. Ik vind dat schadelijk. Ik noem ASS en ADHD inmiddels ‘labels’ en geen ‘diagnoses’. Het zijn namelijk labels (benamingen) voor afwijkend gedrag. Zie ook mijn blog autisme is geen hersenziekte . Autisme en ADHD zijn geen ‘hersenziektes’ die met medicijnen moeten worden ‘behandeld’.

Naar mijn mening kan er beter onderzoek gedaan worden naar hoe wij kinderen echt kunnen helpen. De sleutel zit in mijn eigen ervaring in verbinding. Contact met peers is voor mij heel erg helend en helpend geweest. Leer kinderen verbinding maken met zichzelf (wat zijn hun talenten, wat zijn hun dromen en verlangens?) en met anderen. Daarvoor is nodig dat wij op alle nivo’s, in de politiek, in de geneeskunde, in de pedagogiek, enzovoort, afstappen van de veronderstelling dat ADHD en ASS ‘echte’ hersenaandoeningen zijn, met een duidelijke oorzaak in het brein. Die veronderstelling leidt namelijk ten onrechte tot pessimisme en soms zelfs tot wanhoop.

Ik zeg niet dat kinderen geen problemen hebben die het gevolg kunnen zijn van een andere informatieverwerking. Ik heb zelf het label ASS gekregen omdat mijn informatieverwerking traag kan zijn op sommige gebieden. Ik ben extreem snel overprikkeld. Mijn pleidooi is, om dit niet te medicaliseren tot een ‘stoornis’ in het brein. Mijn pleidooi is om onze samenleving tolerant en inclusief te maken. En ik protesteer tegen het klakkeloos voorschrijven van medicijnen -aan kinderen- enkel en alleen omdat zij gelabeld zijn met ADHD en/of ASS.

Els van Veen (1970) is huisarts.