medicatie

Er wordt nergens bij gehouden hoe vaak de diagnose autisme wordt gesteld. In 2014 publiceerde het centraal bureau voor de statistiek (CBS) een onderzoek, waaruit bleek dat ruim 3% van de Nederlandse kinderen autisme, of een aanverwante diagnose zoals ADHD heeft: link . Bij jongens tussen 10 en 12 jaar zou er volgens hetzelfde onderzoek zelfs bij 7% sprake van autisme zijn. Wanneer je er van uitgaat, dat ‘autisme nooit over gaat’ en dat het ‘bij mannen en vrouwen even vaak voorkomt’, dan zou het dus op termijn zo kunnen zijn dat 7% van de volwassenen een vorm van autisme heeft.

De stichting farmaceutische kengetallen, SFK, houdt in Nederland bij welke medicijnen worden voorgeschreven. In 2017 publiceerde deze stichting een bericht waaruit bleek dat bijna 7% (100.000) van de kinderen tussen 6 en 15 jaar methylfenidaat gebruikt (voor de diagnoses ADHD en ASS): link .

Methylfenidaat (Ritalin, Concerta)  is de merknaam van een medicijn dat wordt voorgeschreven bij ADHD en narcolepsie (slaapzucht), maar ook wel bij autisme. Methylfenidaat is een stof die nauw verwant is aan amfetamine, een drug. De werking van methylfenidaat is vergelijkbaar met amfetamine, maar is minder sterk. In de hersenen zorgt methylfenidaat voor de afgifte van dopamine en noradrenaline. Ook blokkeert het middel de heropname van deze stoffen.

In het Universitair Medisch Centrum Utrecht wordt er onderzoek gedaan naar een ‘nieuw medicijn’ voor autisme. Ik lees dat de kinderpsychiater die het onderzoek in Utrecht leidt zegt (Balans Magazine, februari 2018):

De plaspil bumetanide, waarmee gewoonlijk hartfalen of nierziekten worden behandeld, kan ook de prikkelverwerking in de hersenen verbeteren. En de verwerking van prikkels, daar gaat het nou juist vaak mis bij kinderen met autisme en ADHD. Deze kinderen hebben vaak een verstoorde prikkelverwerking. Ze verwerken prikkels die de hersens binnenkomen anders  dan kinderen zonder autisme of ADHD. Wat er misgaat, is bij elk kind weer anders. Sommige kinderen hebben last van te veel, bij andere komen er juist te weinig prikkels binnen. Als je brein prikkels niet goed filtert, kun je problemen krijgen met functioneren. Je kunt je bijvoorbeeld niet goed concentreren of je gaat bepaalde situaties vermijden omdat ze te druk voor je zijn.’ Een gezonde prikkelverwerking is belangrijk voor een goede ontwikkeling van vaardigheden zoals aandacht, taal en sociaal inzicht. Er is steeds meer onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat problemen met de prikkelverwerking de kern vormen van ontwikkelingsstoornissen zoals autisme en ADHD.’

Uit het Farmacotherapeutisch Kompas noem ik hier de meest voorkomende bijwerkingen van bumetanide:

Vaak (1-10%): elektrolytenstoornissen (waaronder hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypochloremie, hypomagnesiëmie en hyperkaliëmie). Duizeligheid, (orthostatische) hypotensie, lethargie, somnolentie, hoofdpijn. Buikpijn, misselijkheid. Spierspasmen, (spier)pijn. Mictiestoornis. Vermoeidheid (asthenie, malaise).’

Bumetanide maakt de nieren ‘lek’ zodat zij natrium en kalium verliezen. Er gaat dan veel water mee, het lichaam uit. Dat is nodig bij hartfalen, waarbij iemand te veel vocht vasthoudt.  Er moeten voldoende redenen zijn om het middel voor te schrijven. Verder moet het gebruik nauwgezet gecontroleerd worden. Want een tekort aan natrium in het brein kan leiden tot hersenoedeem.

Elk medicijn heeft bijwerkingen. In mijn optiek is autisme geen ziekte, die je moet genezen met medicijnen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen; ernstige symptomen, de behandeling daarvan moet gebeuren door een (kinder)psychiater.