overprikkeling

Het woord ‘overprikkeling’ wordt de afgelopen jaren steeds meer gebruikt. Niet alleen door mensen met autisme. Ook door heel veel anderen.

Ik ben al mijn hele leven snel ‘overprikkeld’, maar noemde dit vroeger anders. Nu ik terugkijk denk ik dat ik mij vroeger niet zo bewust was van mijn gevoelens en behoeftes. Vroeger hoorde ik het woord ‘overprikkeling’ ook nooit. En tegenwoordig zeer regelmatig. In mijn spreekkamer, op het schoolplein en in allerlei sociale situaties kun je het woord meer horen.

Mensen brengen autisme in verband met ‘overprikkeling’. Maar ook hoogsensitiviteit wordt met ‘overprikkeling’ in verband gebracht. Hoe zit dat dan?

Ik denk dat mensen tegenwoordig veel meer indrukken (sensorische informatie) krijgen te verwerken dan bijvoorbeeld één generatie geleden. Door social media, het internet en veranderd sociaal gedrag worden kinderen en volwassenen tegenwoordig veel makkelijker overprikkeld. Dat geldt in mijn beleving voor álle mensen.

En er is tegenwoordig meer aandacht voor overprikkeling, hoogsensitiviteit en autisme. Voor hoogsensitiviteit is veel aandacht in vooral de ‘populaire’ psychologische bladen zoals Psychologie Magazine. Het lijkt mij dan logisch dat steeds meer mensen vinden dat zij hoogsensitief zijn. Het kan ook goed zijn om meer inzicht in jezelf te krijgen.

Verder denk ik dat er tegenwoordig veel meer eisen aan kinderen en volwassenen worden gesteld. De sociale druk om te communiceren (via Facebook of Instagram) dat het geweldig met je gaat is groter dan pakweg 30 jaar geleden.

Tenslotte zijn de criteria voor de AutismeSpectrumStoornis (ASS) flink opgerekt. Met andere woorden; mensen die 30 jaar geleden totaal niet in aanmerking kwamen voor het label, komen dat tegenwoordig wel. In mijn beleving overlappen hoogsensitiviteit en autisme elkaar voor een groot deel. Het zijn ook allebei geen echte medische diagnoses. Autisme is eigenlijk een benaming voor een stel verschijnselen bij een persoon. Wanneer er voldoende van een rij vóórkomen bij iemand, wordt gezegd ‘er is sprake van ASS’. Maar de symptomen kunnen onderling -tussen twee personen met ASS- zodanig verschillen dat mensen met ASS geen enkele eigenschap allemaal hebben.

Het label ‘autisme’ is nodig om toegang te krijgen tot allerlei voorzieningen; met name geestelijke gezondheidszorg en extra ondersteuning in het onderwijs. In die zin zijn dit perverse prikkels waardoor erg veel op diagnostiek naar autisme wordt aangedrongen. Dit merk ik als huisarts ook.

Het label ‘hoogsensitief/ HSP’ is niet erkend in de DSM (classificatiesysteem voor de psychiatrie) en ook niet officieel erkend door de wetenschap. Daar spelen geen perverse prikkels bij.

Mensen beschouwen zichzelf nogal eens als HSP nadat zij erover gelezen hebben. Daar lijkt mij niets mis mee. Het is altijd goed om jezelf beter te leren kennen. Onderkennen van welke prikkels je last hebt kan een gevoel van regie geven. Je kunt dan namelijk zelf bepalen of je je eraan bloot stelt en je kunt beter je grenzen aangeven.

Ik vind het wel een groot dilemma dat zo erg verschillende mensen de classificatie ‘autisme’  krijgen. In 2014 gold dat al voor 3% van de Nederlandse kinderen (zie links, onderzoek CBS). Ik vraag mij af of gevoeligheid zo niet te veel gemedicaliseerd wordt. Bovendien wordt een maatschappelijk probleem (veel meten en testen, hoge prestatiedruk in het algemeen) zo te veel bij het individu neergelegd.

Daarover schrijf ik soms in mijn blogs voor de NVA.