medicatie

‘This is the modern epidemic, the plague of ADHD, and it’s fictitious. Don’t mistake me; I don’t mean to say there is no such thing as Attention-Deficit Disorder… What I do know for a fact is it’s not an epidemic. These kids are being medicated as routinely as we had our tonsils taken out, and on the same whimsical basis and for the same reason: medical fashion.’
sir Ken Robinson

Veel kinderen en volwassenen in Nederland gebruiken methylfenidaat, beter bekend als Ritalin, voor ADHD en ASS. Deze ‘diagnoses’ worden veel vaker gesteld dan één generatie geleden. ADHD en ASS worden niet alleen door psychiaters als diagnose gesteld, maar vooral door psychologen. Psychologen zijn geen arts en kunnen dus ook geen medicatie voorschrijven.
In 2015 werd de Jeugdwet ingevoerd. Vanaf toen viel de zorg voor kinderen voor wat betreft hun psychisch welbevinden opeens onder de gemeente waar zij wonen, en niet meer onder de zorgverzekering. Dit heeft grote gevolgen, ook voor het voorschrijven en de controle van Ritalin. Vanaf de invoering van de Jeugdwet zijn veel specialisten (kinderartsen en kinderpsychiaters) namelijk gestopt met de zorg voor ‘lichte’ psychische problematiek. Steeds vaker doen psychologen een beroep op de huisarts om Ritalin te starten, soms bij zeer jonge kinderen.

Het is lastig om duidelijk te krijgen hoe vaak autisme en ADHD voorkomen, het wordt namelijk nergens goed geregistreerd. In 2014 publiceerde het centraal bureau voor de statistiek (CBS) een onderzoek, waaruit bleek dat ruim 3% van de Nederlandse kinderen autisme, of een aanverwante diagnose zoals ADHD heeft: link . Bij jongens tussen 10 en 12 jaar zou er volgens hetzelfde onderzoek zelfs bij 7% sprake van autisme of ADHD zijn.

De stichting farmaceutische kengetallen, SFK, houdt in Nederland bij welke medicijnen worden voorgeschreven. In 2017 publiceerde deze stichting een bericht waaruit bleek dat bijna 7% (100.000) van de kinderen tussen 6 en 15 jaar methylfenidaat gebruikt (voor de diagnoses ADHD en ASS): link .

Methylfenidaat (merknamen Ritalin, Concerta, Equasym, Medikinet)  is de stofnaam van een medicijn dat wordt voorgeschreven bij ADHD en autisme (ASS) en ook voor narcolepsie (slaapzucht). Methylfenidaat is een stof die nauw verwant is aan amfetamine. De werking van methylfenidaat is vergelijkbaar met amfetamine, maar is minder sterk. In de hersenen zorgt methylfenidaat voor de afgifte van dopamine en noradrenaline. Ook blokkeert het middel de heropname van deze stoffen. Methylfenidaat valt onder de Opiumwet en is een harddrug. Het middel wordt ook op steeds grotere schaal als drug of pepmiddel gebruikt. De snelwerkende variant van methylfenidaat, Ritalin, kan ook gesnoven worden. Je krijgt dan een ‘trip’ vergelijkbaar met cocaïne. Bijna een kwart van de Nederlandse studenten gebruikt al methylfenidaat, zonder dat zij officiëel de diagnose ADHD hebben: link

Ik ben er kritisch op dat wij kinderen behandelen met middelen waarvan het effect op het brein op de lange termijn niet goed bekend is. Ondertussen wordt er wel veel onderzoek gedaan om aan te tonen dat ADHD en autisme ‘echte’ hersenaandoeningen zijn die te herleiden zijn naar afwijkingen in het brein. En er worden nieuwe middelen uitgetest op kinderen:

In het Universitair Medisch Centrum Utrecht wordt er onderzoek gedaan naar een nieuw medicijn voor autisme. De kinderpsychiater die het onderzoek in Utrecht leidt zegt (Balans Magazine, februari 2018):

De plaspil bumetanide, waarmee gewoonlijk hartfalen of nierziekten worden behandeld, kan ook de prikkelverwerking in de hersenen verbeteren. En de verwerking van prikkels, daar gaat het nou juist vaak mis bij kinderen met autisme en ADHD. Deze kinderen hebben vaak een verstoorde prikkelverwerking. Ze verwerken prikkels die de hersens binnenkomen anders  dan kinderen zonder autisme of ADHD. Wat er misgaat, is bij elk kind weer anders. Sommige kinderen hebben last van te veel, bij andere komen er juist te weinig prikkels binnen. Als je brein prikkels niet goed filtert, kun je problemen krijgen met functioneren. Je kunt je bijvoorbeeld niet goed concentreren of je gaat bepaalde situaties vermijden omdat ze te druk voor je zijn.’ Een gezonde prikkelverwerking is belangrijk voor een goede ontwikkeling van vaardigheden zoals aandacht, taal en sociaal inzicht. Er is steeds meer onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat problemen met de prikkelverwerking de kern vormen van ontwikkelingsstoornissen zoals autisme en ADHD.’

Bovenvermeld onderzoek illustreert voor mij hoe erg wijd verbreid de opvatting is dat er iets ‘mis’ is in het brein van mensen met ASS en ADHD. Ik vind dat schadelijk. ASS en ADHD zijn geen echte diagnoses, maar labels. Het zijn namelijk labels (benamingen) voor afwijkend gedrag. Zie ook mijn blog autisme is geen hersenziekte . Autisme en ADHD zijn geen ‘hersenziektes’ die met medicijnen moeten worden ‘behandeld’.

Naar mijn mening kan er beter onderzoek gedaan worden naar hoe wij kinderen echt kunnen helpen. De sleutel zit in mijn eigen ervaring in verbinding. Contact met peers is voor mij heel erg helend en helpend geweest. Leer kinderen verbinding maken met zichzelf (wat zijn hun talenten, wat zijn hun dromen en verlangens?) en met anderen. Daarvoor is nodig dat wij op alle nivo’s, in de politiek, in de geneeskunde, in de pedagogiek, enzovoort, afstappen van de veronderstelling dat ADHD en ASS ‘echte’ hersenaandoeningen zijn, met een duidelijke oorzaak in het brein. Die veronderstelling leidt namelijk ten onrechte tot pessimisme en soms zelfs tot wanhoop.

Ik zeg niet dat kinderen geen problemen hebben die het gevolg kunnen zijn van een andere informatieverwerking. En ik zeg ook niet, dat niemand baat heeft bij methylfenidaat. Ik laat alleen het voorschrijven daarvan graag over aan een ervaren kinderpsychiater. En mijn pleidooi is, om ASS en ADHD niet te medicaliseren tot een ‘stoornis’ in het brein.