over mij

Els van Veen (1970, Amsterdam)

  • huisarts sinds 2003
  • DSM classificatie ASS 2014
  • artikel Medisch Contact 2017

    UTRECHT – Portret van Els van Veen.

In 2014 werd de DSM classificatie autisme bij mij gesteld.
Doordat  andere artsen met autisme niet leken te bestaan, kon ik geen ervaringen delen. In de hoop dat er andere artsen met autisme zouden zijn, bouwde ik in 2016 deze website. Vlak daarna stond ik met een andere arts in Medisch Contact met een interview over autisme.

  • Na het interview in 2017 reageerden er veel  artsen met autisme, of een vermoeden van autisme bij zichzelf. Voor een deel wilden deze artsen graag contact met elkaar. Met hulp van de stichting ‘Vanuit Autisme Bekeken’ heb ik in 2017 en 2018 geholpen netwerkbijeenkomsten te organiseren. De bijeenkomsten betaalden wij zelf, wij deden geen beroep op geld uit de GGZ.
  •  Ik leerde de afgelopen jaren dat bij autisme reïficatie een grote rol speelt. Reïficatie is het ‘verdinglijken’ van een menselijk concept. Er wordt vaak over autisme gesproken alsof het iets is dat ‘echt bestaat’ in een persoon. Alsof het autisme bij wijze van spreken op een scan te zien zou zijn. Bijvoorbeeld ‘door autisme kan ik goed focussen’ of ‘ik kan niet in een kantoortuin werken omdat ik autist ben’. Maar eigenlijk worden hier zaken omgekeerd; de eigenschappen die maken dat van iemand gezegd wordt dat hij binnen het autisme-spectrum valt, waren er al voordat iemand werd gediagnosticeerd, maar vanaf de classificatie autisme worden ze gezien als ‘autisme’ en als verklaring voor het gedrag. Autisme is echter geen verklaring voor hoe iemand zich gedraagt. Tegelijk gaat de omgeving van iemand met autisme de persoon wel beoordelen en bejegenen vanuit wat men denkt te weten over autisme. Men gaat iemand door de eigen autisme-bril bekijken. Dit ervaar ik als een groot dilemma.
  • Deze website is op persoonlijke titel geschreven. Mijn perspectief op autisme is de afgelopen jaren veranderd. In 2014 geloofde ik nog in autisme als biomedisch concept; alsof er in mijn brein iets ‘anders’ zou zijn dan bij mensen zonder autisme. Juist doordat ik met andere artsen in contact kwam kwam ik tot andere inzichten. Ik maakte bijvoorbeeld kennis met de herstel-beweging ‘De nieuwe GGZ’.
  • De huidige GGZ is in mijn ogen te veel ingericht op het medicaliseren van psychische problemen en kwetsbaarheid; is te veel gericht op het geven van een DSM-label. Wat ik hoop dat er verandert binnen de GGZ is vooral dat zorgverleners veel beter gaan luisteren en achterhalen wat degene die tegenover hen zit echt nodig heeft in plaats van mensen zo snel mogelijk in een DSM-vakje te stoppen en dan de zorg aan te bieden die het protocol of de richtlijn voorschrijft.
    Wat ik verder hoop is dat er niet meer wordt gepraat over autisme als ziekte of stoornis. Als je over autisme praat als een ziekte of stoornis dan maak je daarmee mensen onnodig ziek. De hele gezondheidszorg is nu nog vooral ‘ziektezorg’. De gezondheidszorg zou veel meer gericht moeten zijn op wat mensen wel kunnen of juist goed in zijn. In dat opzicht vind ik het heel hoopvol dat de beweging ‘De nieuwe GGZ’ inzet op een GGZ die beter aansluit bij waar de persoon behoefte aan heeft en probeert mensen en hun omgeving zoveel mogelijk zelf verantwoordelijkheid te geven.
  • Tenslotte vind ik het belangrijk dat er ruimte is in de samenleving voor mensen die ‘anders’ functioneren. Daarvoor zou het niet nodig moeten zijn een ‘ziekte label’ op mensen te plakken. Nog mooier zou het zijn als diversiteit niet alleen wordt getolereerd, maar ook gewaardeerd als een verrijking van onze samenleving.
  • Omdat ik zelf ervaring voor mijn eigen beleving gemist heb tijdens het diagnose-traject binnen de GGZ, ben ik betrokken bij een onderzoek dat ‘Vanuit Autisme Bekeken’ uitvoert in opdracht van het ministerie van VWS. Het heet autisme vanuit maatschappelijk perspectief bekeken . Het gaat over de invloed van onze cultuur op de diagnostiek naar autisme en over de invloed van het krijgen van de diagnose autisme op (jonge) mensen.