overprikkeling

Het woord ‘overprikkeling’ wordt de afgelopen jaren steeds meer gebruikt. Niet alleen door mensen met autisme, ook door heel veel anderen. Ik ben al mijn hele leven snel ‘overprikkeld’, maar noemde dit vroeger anders. In 2014 kreeg ik de diagnose ASS en dat maakte -tijdelijk- dat ik mijn hele leven tot dan toe anders ging bekijken. Ik besefte dat ik erg gevoelig ben voor allerlei ‘indrukken’ (geluiden, licht, maar ook opmerkingen of zaken waarover ik lees) ook wel ‘sensorische informatie’ of ‘prikkels’ genoemd. 

Mensen brengen autisme in verband met ‘overprikkeling’. Maar ook hoogsensitiviteit wordt met ‘overprikkeling’ in verband gebracht. Hoe zit dat dan? Ik denk dat in z’n algemeenheid mensen tegenwoordig veel meer indrukken (sensorische informatie) krijgen te verwerken dan bijvoorbeeld één generatie geleden. Door social media, het internet en veranderd sociaal gedrag (‘de prestatie-maatschappij’) worden kinderen en volwassenen tegenwoordig veel makkelijker overprikkeld. Dat geldt in mijn beleving voor álle mensen. Ik denk dat het een normale, menselijke reactie is. Maar ik denk ook, dat een deel van de mensen veel gevoeliger is voor indrukken dan de meeste mensen. 

In mijn beleving overlappen hoogsensitiviteit en autisme elkaar voor een groot deel. Het zijn ook allebei geen ‘echte’ medische diagnoses. Autisme is eigenlijk een benaming voor een stel verschijnselen bij een persoon. Wanneer er voldoende van een rij vóórkomen bij iemand, wordt gezegd ‘er is sprake van ASS’. Maar de symptomen kunnen onderling -tussen twee personen met ASS- zodanig verschillen dat mensen met ASS geen enkele eigenschap allemaal hebben. De diagnose ‘hoogsensitief/ HSP’ is niet erkend in de DSM (classificatiesysteem voor de psychiatrie) en ook niet officieel erkend door de wetenschap. 

Maar er valt veel meer te zeggen over overprikkeling. Tegenwoordig wordt het fenomeen overprikkeling gezien als zwakte. Autisme wordt gezien als een ‘verstoorde ontwikkeling’ en als ‘stoornis’. Dat is de dominante manier van kijken tegenwoordig. Het dominante concept.

Er zijn ook andere manieren van kijken naar hoogsensitiviteit en autisme. Psychotherapeut Hans Lemmens heeft daar een interessante visie op, die hij heeft beschreven in het boek ‘Het elastiek tussen lichaam en ziel’. Hij heeft de theorie dat bij hooggevoelige mensen de ziel ‘losser’ met het lichaam is verbonden dan bij andere mensen. En dat autisme een extreme vorm van hooggevoeligheid is. Zie deze link: spirituele benadering van autisme
Sommige mensen met autisme (Vera Helleman) benadrukken dat er bij autisme, naast hypersensitiviteit, ook sprake is van ‘het ontbreken van een ik-referentiepunt’. Ik voel mij meer aangetrokken tot deze manieren van kijken. Het zijn  beschrijvingen die meer bij mijn eigen ervaring passen.

Hoe ik met overprikkeling bij mezelf omga.
Het belangrijkste is bewustwording. Onderkennen van welke prikkels je last hebt kan een gevoel van regie geven. Je kunt dan namelijk zelf bepalen of je je eraan bloot stelt en je kunt beter je grenzen aangeven. De kunst wordt dan; heel erg kritisch zijn aan welke ‘prikkels’ (gesprekken, vergaderingen, TV-programma’s, social media, boeken, tijdschriften) je je blootstelt. Je bent niet willoos overgeleverd aan prikkels; je hebt zelf invloed op wat er ‘binnenkomt’. En ik vind het belangrijk om mijn hoofd regelmatig leeg te maken. Dat kan goed door mediteren, er zijn technieken om helemaal stil te worden van binnen. Geen gedachten meer. Vrij van concepten ‘hoe het zou moeten zijn’. In die stille ruimte in jezelf kun je dan herstellen van overprikkeling, en ook nieuwe energie opdoen.
Verder is compassie met jezelf erg belangrijk. Stoppen met denken ‘waarom ben ik zo’ en vaker denken ‘zo ben ik en zo is het gewoon goed’. Verder helpt ‘mindfulness’ mij goed. Ik bedoel daarmee; alles wat ik doe, met aandacht doen. En tenslotte helpt het mij vaak goed om buiten in de natuur (bezig) te zijn.