overprikkeling

Het woord ‘overprikkeling’ wordt de afgelopen jaren steeds meer gebruikt. Niet alleen door mensen met autisme, ook door heel veel anderen. Ik ben al mijn hele leven snel ‘overprikkeld’, maar noemde dit vroeger anders. In 2014 kreeg ik de diagnose ASS en dat maakte -tijdelijk- dat ik mijn hele leven tot dan toe anders ging bekijken. Ik besefte dat ik erg gevoelig ben voor allerlei ‘indrukken’ ook wel ‘sensorische informatie’ (geluiden, licht, maar ook opmerkingen of zaken waarover ik lees) of ‘prikkels’ genoemd. Vroeger, grofweg tot 2000, hoorde ik het woord ‘overprikkeling’ nooit. En tegenwoordig erg regelmatig. In mijn spreekkamer, op het schoolplein en in allerlei sociale situaties kun je het woord veel meer horen.

Mensen brengen autisme in verband met ‘overprikkeling’. Maar ook hoogsensitiviteit wordt met ‘overprikkeling’ in verband gebracht. Hoe zit dat dan? Ik denk dat in z’n algemeenheid mensen tegenwoordig veel meer indrukken (sensorische informatie) krijgen te verwerken dan bijvoorbeeld één generatie geleden. Door social media, het internet en veranderd sociaal gedrag (‘de prestatie-maatschappij’) worden kinderen en volwassenen tegenwoordig veel makkelijker overprikkeld. Dat geldt in mijn beleving voor álle mensen. Ik denk dat het een normale, menselijke reactie is.

En er is tegenwoordig meer aandacht voor overprikkeling, hoogsensitiviteit en autisme. Voor hoogsensitiviteit is veel aandacht in vooral de ‘populaire’ psychologische bladen. Het lijkt mij dan logisch dat steeds meer mensen vinden dat zij hoogsensitief zijn. Het kan ook goed zijn om meer inzicht in jezelf te krijgen. Verder denk ik dat er tegenwoordig veel meer eisen aan kinderen en volwassenen worden gesteld. De sociale druk om te communiceren (via bijvoorbeeld social media) dat het geweldig met je gaat is veel groter dan vroeger.

De criteria voor de AutismeSpectrumStoornis (ASS) zijn ook nog eens flink opgerekt. Met andere woorden; mensen die 30 jaar geleden totaal niet in aanmerking kwamen voor deze diagnose, komen dat tegenwoordig wel. In mijn beleving overlappen hoogsensitiviteit en autisme elkaar voor een groot deel. Het zijn ook allebei geen ‘echte’ medische diagnoses. Autisme is eigenlijk een benaming voor een stel verschijnselen bij een persoon. Wanneer er voldoende van een rij vóórkomen bij iemand, wordt gezegd ‘er is sprake van ASS’. Maar de symptomen kunnen onderling -tussen twee personen met ASS- zodanig verschillen dat mensen met ASS geen enkele eigenschap allemaal hebben.

Het label ‘autisme’ is nodig om toegang te krijgen tot allerlei voorzieningen; met name geestelijke gezondheidszorg en extra ondersteuning in het onderwijs. In die zin zijn dit perverse prikkels waardoor erg veel op diagnostiek naar autisme wordt aangedrongen. Dit merk ik als huisarts ook.

Het label ‘hoogsensitief/ HSP’ is niet erkend in de DSM (classificatiesysteem voor de psychiatrie) en ook niet officieel erkend door de wetenschap. Mensen beschouwen zichzelf nogal eens als HSP nadat zij erover gelezen hebben. Daar lijkt mij niets mis mee. Het is altijd goed om jezelf beter te leren kennen. Onderkennen van welke prikkels je last hebt kan een gevoel van regie geven. Je kunt dan namelijk zelf bepalen of je je eraan bloot stelt en je kunt beter je grenzen aangeven.

Ik vind het wel een groot dilemma dat zo erg verschillende mensen de classificatie ‘autisme’  krijgen. In 2014 gold dat al voor 3% van de Nederlandse kinderen en zelfs 7 % van de jongens van 12 jaar (zie links, onderzoek CBS). Ik vraag mij af of gevoeligheid voor prikkels zo niet te veel gemedicaliseerd wordt. Bovendien wordt een maatschappelijk probleem (veel meten en testen, hoge prestatiedruk in het algemeen) zo te veel bij het individu neergelegd. Zie ook de prestatiemaatschappij heeft tegengif nodig; van jou

Tenslotte, ‘overprikkeling’ wordt in verband gebracht met een ‘overprikkeld brein’. Het is goed om te beseffen dat heel veel psychische klachten tegenwoordig gezien worden als ‘stoornissen in het brein’. Dat is de dominante manier van kijken tegenwoordig. Het dominante concept.

Er zijn ook andere manieren van kijken naar hoogsensitiviteit en autisme. Psychotherapeut Hans Lemmens heeft daar een interessante visie op, die hij heeft beschreven in het boek ‘Het elastiek tussen lichaam en ziel’. Hij heeft de theorie dat bij hooggevoelige mensen de ziel ‘losser’ met het lichaam is verbonden dan bij andere mensen. En dat autisme een extreme vorm van hooggevoeligheid is. Zie deze link: spirituele benadering van autisme
Ik voel mij meer aangetrokken tot ‘deze manier van kijken’ (concept) dan tot de huidige dominantie van ‘meten is weten’ en ‘alle psychische klachten zijn te herleiden tot brein-afwijkingen’. 

Hoe ik met overprikkeling bij mezelf omga is inmiddels vooral pragmatisch. Het belangrijkste is bewustwording, voor welke indrukken je gevoelig bent. Zodra je je iets bewust bent, kun je er namelijk ook wat aan proberen te doen; prikkels vermijden bijvoorbeeld. Wanneer ik desondanks overprikkeld ben geworden, helpt rust het beste. Mij in overleg met mijn partner terugtrekken en rust nemen. Voor veel mensen met een aanleg voor hooggevoeligheid/autisme werkt het goed buiten te zijn. Verder helpt ‘mindfulness’ mij goed. Ik bedoel daarmee; alles wat ik doe, met aandacht doen.