spanning moet af kunnen vloeien

In onze samenleving ligt een grote nadruk op (gewenst) gedrag. De diagnose autisme wordt eigenlijk vooral gesteld op gedragskenmerken. Dus op iets dat een ander, de psycholoog of psychiater of naasten, signaleert.
Toen ik de diagnose zelf kreeg had dat om deze reden een vervreemdend effect. Nu ging ik mijzelf bekijken door die autisme-bril. Er was door de buitenwereld geen aandacht voor mijn beleving, wat de diagnose met mij deed. Dit proces was niet goed voor mijn zelfvertrouwen. Ik raakte vervreemd van mijzelf. Ik heb daarover geschreven in 2017: opiniestuk 2017

Bij andere mensen, niet alleen mensen met autisme, zie ik hetzelfde gebeuren. Als kinderen bijvoorbeeld fladderen kan dat een uiting zijn van blijdschap of opwinding. Hun ouders weten dat vaak goed te duiden. Volgens mij is het het beste om het kind daarin helemaal te accepteren. Als je dit gedrag probeert te veranderen, omdat je je ervoor schaamt of omdat je bang bent dat het kind hiermee gepest kan worden, geef je misschien een onuitgesproken boodschap aan het kind ‘je bent niet goed zoals jij bent’. Terwijl acceptatie juist heel belangrijk is voor een gezonde ontwikkeling. Elk kind wil geaccepteerd worden en ‘erbij horen’. Elk kind wil zichzelf kunnen zijn.

Elk mens kan spanning opbouwen en spanning kan prettig voelen of juist heel onprettig. Overprikkeling is een voorbeeld van een onprettige spanning. Elke spanning moet op een goede manier kunnen ‘afvloeien’. Bijvoorbeeld fladderen lijkt mij een onschuldige manier om spanning af te laten vloeien.

Bovengemiddeld veel mensen met autisme vertonen zelfbeschadigend gedrag. Bijvoorbeeld automutilatie of su├»cidaliteit of een eetstoornis. Ik denk dat, wanneer een kind gecorrigeerd wordt in bijvoorbeeld fladderen, dat de spanning die het kind heeft juist verergerd wordt. Het kind beseft dat het ‘het niet goed doet’ en zal het gedrag gaan onderdrukken. Maar gedrag onderdrukken kost energie en levert extra spanning op. Spanning moet kunnen ‘afvloeien’. Misschien ontwikkelt het kind nu andere, schadelijke, manieren om de spanning kwijt te raken.

Ik wil dit illustreren aan de hand van mijzelf. In mijn puberteit had ik een eetstoornis. Veel meisjes * worstelen met een eetstoornis. Hulpverleners weten niet goed hoe ze die moeten behandelen. Mij valt altijd op dat de therapie gericht is op het gedrag, op een controlerende en corrigerende manier. ‘Je moet eten’, ‘je weegt niet genoeg’, ‘je mag niet laxeren of braken’. Therapie is weinig gericht op de beleving van de kinderen. Het probleem zit bij het meisje met de eetstoornis. Het meisje moet haar gedrag veranderen. Maar het probleem is, dat je vaak geen idee hebt waarom je doet zoals je doet. Als het meisje de eetstoornis, het gedrag, gaat onderdrukken, raakt ze nog verder vervreemd van zichzelf. Ze gaat zich schamen en schuldig voelen; de spanning loopt op. En ze faalt voor haar gevoel als ze weer terugvalt in het gedrag van de eetstoornis.

Als je een meisje met een eetstoornis anders benadert, meer vanuit de beleving van de persoon zelf, zou je kunnen nagaan wat de functie is van het gedrag (de eetstoornis). Is het een manier om spanning te laten afvloeien? Waar zou die spanning voor deze persoon in deze situatie vandaan kunnen komen? Is er iets te veranderen aan die situatie? Zijn er misschien minder schadelijke manieren om de spanning te laten afvloeien? De sleutel ligt vaak in het gedrag op jonge leeftijd. Hoe ontspande dit meisje zich toen? Door te dansen? Door dieren te verzorgen? Door te tekenen of te schrijven? Dus de hulpverlener zal goed moeten kijken en luisteren naar het kind.

Sinds mijn diagnose autisme besef ik dat ik heel makkelijk spanning opbouw. Veel gemakkelijker dan de meeste andere mensen. Bijvoorbeeld als er te veel prikkels zijn. Of als er een nare sfeer is. Bewustwording daarvan was een belangrijke eerste stap. En vervolgens nagaan hoe ik spanning het beste kan laten afvloeien. Voor mij werkt het het beste om me terug te trekken uit een situatie en om alleen te zijn. Dat is vaak al genoeg om te ontspannen.

Het zou goed zijn om meer aandacht te hebben voor de behoefte van elk mens om spanning af te kunnen laten vloeien. Het zou goed zijn om onschuldige manieren, zoals fladderen, te accepteren. Waarom moet elk mens op dezelfde manier ontspannen? Wanneer je een onschuldige manier van ontspannen onderdrukt, zou de spanning weleens op een andere, schadelijkere, manier tot uiting kunnen komen. Zeker in de puberteit, want dan wordt het helemaal ingewikkeld voor veel jonge mensen. En al helemaal voor meisjes met autisme.

* Jongens kunnen ook lijden aan een eetstoornis. Maar voor de leesbaarheid ben ik van meisjes uitgegaan. Verder lijkt het misschien alsof ik denk dat alle meisjes met een eetstoornis ook autisme hebben. Volgens mij is het echter eerder zo, dat er veel overlap is in kenmerken van meisjes met autisme en meisjes met een eetstoornis. Bijvoorbeeld; hoog streefnivo hebben, perfectionisme, slecht contact met het eigen gevoel en lichaamsbeleving hebben enzovoort. En de DSM is juist op kenmerken van gedrag gebaseerd en niet op de beleving van mensen.